Wat aannames over digitale autonomie ons laten zien

Tijdens de Digitale Autonomie Unconference, georganiseerd door Code for NL en het Digitale Autonomie Competence Center, begeleidde toekomstonderzoeker Lilian de Jong een sessie over aannames. De vraag aan de deelnemers was: welke aannames zie jij terug in hoe we praten over digitale autonomie en over hoe we denken dat we die kunnen verbeteren?

Datum 4 dagen geleden

Aannames bij digitale autonomie

De sessie leverde zo’n 50 post-its op van mensen uit overheid, tech, wetenschap en maatschappelijke organisaties. Hun input liet zien wat hun aannames zijn en  hoe er op dit moment over digitale autonomie wordt gedacht en gesproken. 

Aannames bepalen niet alleen hoe we een vraagstuk begrijpen, maar ook welke toekomsten we ons kunnen voorstellen. Bij digitale autonomie sturen ze beleid, investeringen en organisatie, vaak zonder dat daar expliciet over is besloten.

In mijn lopende verkenning STT111: Toekomst van strategische autonomie kijk ik naar strategische digitale autonomie rond AI en data binnen het openbaar bestuur. Deze sessie gaf mij een helder beeld van wat er nu leeft in het veld.

Toekomstonderzoeker Lilian de Jong bij Unconference

Patronen en blinde vlekken

Uit de analyse kwamen vier patronen naar voren:

  • Digitale autonomie wordt vaak teruggebracht tot één vaste betekenis. Het wordt gezien als een eindpunt, iets wat je kunt regelen of bereiken door één bepaalde keuze te maken, zoals eigen beheer, eigen code of een Europese leverancier. Daarmee raakt autonomie als doorlopende bestuurlijke opgave uit beeld.
  • Digitale autonomie wordt vaak benaderd als een technisch vraagstuk. Het gesprek gaat dan al snel over infrastructuur, applicaties en leveranciers. Vragen over wie beslist, wie kennis opbouwt, hoeveel tijd je neemt en wie verantwoordelijk is, verdwijnen naar de achtergrond, terwijl juist die vragen in de praktijk het verschil maken.
  • Politieke keuzes worden vaak gepresenteerd als onvermijdelijk. Aannames als “big tech is niet te stoppen” of “de prijs bepaalt de koers” lijken te suggereren alsof er geen alternatieven zijn. Terwijl dit in werkelijkheid het resultaat is van keuzes over beleid, markt en organisatie.
  • Opvallend is ook wat nauwelijks wordt genoemd. Bijna niemand schreef over aansprakelijkheid of democratische toetsing. Verantwoording komt meestal pas aan bod als er iets misgaat. Dat wijst op een blinde vlek, juist in een domein dat diep ingrijpt in publieke waarden.

Van aannames naar spanningsvelden

De aannames spreken elkaar niet simpelweg tegen. Ze laten zien waar keuzes wringen en waar je niet alles tegelijk kunt hebben. Dat zijn spanningsvelden die bestuurlijk moet afwegen. Bijvoorbeeld:

  • autonomie als individuele keuzevrijheid tegenover autonomie als het samen verminderen van afhankelijkheden
  • efficiëntie en schaal tegenover zeggenschap en de ruimte om te vertragen
  • Europese oplossingen tegenover daadwerkelijke controle en aansprakelijkheid
  • technische zekerheid tegenover democratische verantwoording

Ik verwacht dat dit soort afruilen in de loop van STT111 Toekomst van strategische autonomie vaker zullen terugkomen als structurele vragen voor de lange termijn.

Wat opvalt is hoe snel het gesprek verschuift naar techniek of efficiëntie, en hoe weinig we spreken over zeggenschap en verantwoording. — Lilian de Jong

Wat deze sessie nu al oplevert
Deze sessie is een vroege stap in het onderzoeksproces voor STT111. In deze fase gaat het mij vooral om zichtbaar maken waar het denken over digitale autonomie vastloopt of in herhaling valt.

De analyse laat zien hoe snel het gesprek verschuift naar techniek, efficiëntie of herkomst, en hoe weinig expliciet we spreken over afruilen, zeggenschap en verantwoording. Juist daar verdwijnen bestuurlijke vragen vaak uit beeld.

Door aannames expliciet te maken, ontstaat ruimte om het gesprek te verbreden voordat keuzes vastliggen in beleid, aanbestedingen of contracten. Die verbreding is een belangrijk doel voor deze nieuwe verkenning.

Introductie STT111: Toekomst van strategische autonomie

STT111 start vanuit ons nieuwe model uit de STT Kennisagenda 2025-2026. In dit document hebben we een nieuw raamwerk gepresenteerd met daarin drie elementen die de basis vormen voor elk onderwerp op de kennisagenda van STT. De drie elementen zijn: technologie, domein en maatschappelijke context.

Lees verder

Volg de verkenning

STT111: Toekomst van strategische autonomie bevindt zich nu nog in de startfase, maar wordt de komende tijd steeds verder opgebouwd. Schrijf je in voor de nieuwsbrief om op de hoogte te blijven en bekijk de dossierpagina voor meer informatie. 

Schrijf je in