UPDATE - Toekomst van strategische autonomie
Toekomstonderzoeker Lilian de Jong verkent in STT111 hoe strategische autonomie rond AI en data zich op de lange termijn kan ontwikkelen binnen het openbaar bestuur en welke keuzes daarbij richting geven. In de afgelopen maanden droeg ze bij aan verschillende events en kwam de klankbordgroep voor het eerst bijeen. In dit interview deelt Lilian wat ze heeft opgehaald en hoe ze de volgende stap zet richting toekomstscenario’s.
Voor STT111 is de aanpak iets anders nu je gebruik maakt van de STT-lens. Wat verandert er voor jou?
Met de STT-lens kan ik het vraagstuk van STT111: Toekomst van strategische autonomie in drie samenhangende delen bekijken: technologie, het domein waarin die technologie landt en de bredere maatschappelijke context.
In de praktijk betekent dat dat ik AI en data-infrastructuur steeds koppel aan hoe het openbaar bestuur werkt, en aan de positie van Nederland binnen Europa. Daardoor blijft het vraagstuk verbonden met de realiteit van beleid en uitvoering, terwijl het ook de grotere bewegingen eromheen meeneemt.
In de eerste fase gaf dat gelijk meer richting. In de klankbordgroep zag ik dat de lens helpt om het gesprek concreter te maken. Tegelijk wordt het makkelijker om verder te kijken dan de huidige situatie, omdat de maatschappelijke context meeloopt. De lens brengt alles steeds terug tot één geheel. Daardoor wordt duidelijker wat er op het spel staat en ontstaat er sneller een basis om richting scenario’s te werken.
Je bent de afgelopen tijd op veel verschillende events zichtbaar geweest. Welke inzichten heb je daar opgehaald?
Wat me vooral opvalt uit gesprekken en events, zoals bijvoorbeeld het AI- & Algoritmeseminar van de Autoriteit Persoonsgegevens en Autonomy in the Digital Age van De Haagse Hogeschool, is dat veel mensen zoeken naar richting. Strategische autonomie staat hoog op de agenda, maar krijgt in de praktijk veel verschillende betekenissen. Gesprekken blijven vaak hangen in waar we vanaf willen, terwijl de vraag waar we precies naartoe willen veel minder scherp is.
Ik hoor op verschillende plekken dezelfde behoefte terug: een Europees verhaal over technologie dat duidelijk maakt welke toekomst we willen bouwen en welke keuzes daarbij horen. Voor welke samenleving willen we optimaliseren? En wat vraagt dat van hoe we technologie inzetten? We zoeken met z’n allen een antwoord.
Voor mij onderstreept dat het belang van deze toekomstverkenning. Door verschillende toekomstbeelden naast elkaar te zetten, wil ik helpen het gesprek over strategische autonomie concreter te maken en meer richting te geven.
Wat wil je organisaties meegeven over het thema strategische autonomie?
Het is belangrijk om verder te kijken dan de korte termijn. Elke keuze rond technologie werkt door in hoe kennis en controle zich ontwikkelen op de lange termijn. Wie bijvoorbeeld afhankelijk wordt van wie, wie wanneer kan bijsturen of ingrijpen, en wie bepaalde gevolgen draagt. Door daar vanaf het begin bewust naar te kijken en mogelijke toekomsten te verkennen, wordt het duidelijker wat een keuze echt betekent en ontstaat ruimte om andere richtingen te onderzoeken. Dat maakt het mogelijk om gerichter te sturen op wat je belangrijk vindt als het gaat om de toekomst van strategische autonomie.
Wat valt je op in hoe er in het nieuws over digitale autonomie wordt gesproken, en hoe heeft dat jouw blik op het thema veranderd?
Het onderwerp is veel zichtbaarder geworden. Digitale autonomie komt steeds vaker in het nieuws en als topic bij evenementen en lezingen. Dat maakt voor mij heel duidelijk dat het thema leeft en dat de urgentie wordt gevoeld.
Tegelijkertijd zie ik dat het gesprek vaak vernauwt. Het gaat al snel over waar technologie vandaan komt of over de keuze voor een specifieke leverancier. Bijvoorbeeld: kiezen we voor een Europese oplossing of blijven we bij een grote internationale partij? Dat zijn belangrijke vragen; ze maken het onderwerp concreet, maar doordat ik nu een aantal maanden verder in de verkenning ben, kijk ik daar inmiddels ook anders naar. Ik let ook op de aannames die onder zulke gesprekken liggen. Welke ideeën sturen dit gesprek? Wat wordt als vanzelfsprekend gezien?
Wat ik zie, is dat digitale autonomie wordt neergezet als een eindpunt. Of dat het vooral wordt gezien als een technisch vraagstuk, terwijl het in de praktijk ook gaat over hoe je als organisatie keuzes maakt, kennis opbouwt en verantwoordelijkheid draagt. Dat is een continu proces.
Wat voor mij is veranderd, is dat ik het gesprek minder zie als een discussie over technologie en meer als een gesprek over hoe we verantwoordelijkheid organiseren. Wie bepaalt de regels, wie voert uit, en wie kijkt mee en kan ingrijpen als dat nodig is? Dat laatste krijgt in het publieke debat nog weinig aandacht, terwijl het veel zegt over hoe houdbaar keuzes zijn op de lange termijn. Door zo te kijken, verschuift de vraag van “welke technologie kiezen we?” naar “hoe richten we onze digitale infrastructuur in zodat we kunnen blijven sturen en bijsturen?”
Waar lag de focus tijdens de eerste sessie met je klankbordgroep?
De eerste sessie stond vooral in het teken van scherp krijgen van waar het vraagstuk precies over gaat en hoe je ernaar kunt kijken.
We hebben samen het kader doorgenomen van de digitale trias waar ik gebruik van maak binnen de verkenning: wie bepaalt de regels, wie voert uit en wie controleert als het gaat om strategische autonomie binnen het openbaar bestuur. Deelnemers brachten meteen nuance aan door aan te geven dat andere partijen ook invloed hebben, zoals bedrijven, kennisinstellingen en media.
Ook werd duidelijk dat de economische kant een grote rol speelt, bijvoorbeeld in de afweging tussen controle, economische positie en kosten. Door die afwegingen expliciet te maken, kan ik zichtbaar maken wat er op het spel staat.
Die eerste sessie heeft daarmee vooral gezorgd voor richting: een gedeeld kader en een duidelijke basis om verder te werken aan scenario’s. Ook hebben we na afloop een online omgeving opgezet waar we elkaar ook tussen de bijeenkomsten kunnen vinden.
Wat is de volgende stap in de toekomstverkenning?
De volgende stap is het vertalen van de inzichten die ik heb opgedaan met de klankbordgroep en externe bijeenkomsten naar concrete toekomstscenario’s.
Met het kader dat er nu ligt, wil ik verschillende toekomstvarianten uitwerken van hoe rollen en verantwoordelijkheden zich kunnen ontwikkelen. Met elk toekomstscenario wil ik laten zien wat er gebeurt als je bepaalde prioriteiten stelt en hoe dat doorwerkt in het openbaar bestuur. Zo wordt duidelijk hoe verschillende keuzes en aannames samen een bepaalde toekomst van strategische autonomie vormen.
Deze scenario’s toets en verrijk ik opnieuw met de klankbordgroep. Zo ontstaat stap voor stap een set toekomstbeelden die helpen om het gesprek over richting en keuzes rond strategische autonomie concreter te maken.
Verkenningsdossier STT111
AI en data sturen steeds vaker hoe het openbaar bestuur werkt en keuzes maakt. Overheden bouwen op systemen en partijen die ze zelf beperkt beïnvloeden. Tegelijk groeit de wens om meer regie te houden over technologie en publieke waarden. Wat vraagt strategische autonomie op de lange termijn van de keuzes die we vandaag maken?
Ontdek STT111