Van kunnen wat we willen naar willen wat we kunnen?

Door: Patrick van der Duin
23 maart 2017

Onlangs botste op Schiphol een drone bijna tegen twee KLM Cityhoppers en een Airbus A319 van Easyjet. Men verwacht dat in de niet al te verre toekomst robots ook hoogopgeleiden gaan verdringen op de arbeidsmarkt. En men vreest het moment dat kunstmatige intelligentie hoger is natuurlijke intelligente. Doet technologie nog wel wat wij willen?

Hoop en vrees

Hoewel de geschiedenis geen goede voorspeller is van de toekomst, zijn historische beelden over de toekomst leuk. Reclames uit de jaren ‘50 en ‘60 vormen een bonte stoet aan vliegende auto’s, tripjes naar de maan en volautomatische huishoudens. Deze historische toekomstbeelden gingen vaak gepaard met de hoop dat ze ooit gerealiseerd zullen worden zodat we in de toekomst échte vooruitgang zullen ervaren. Hoop die nodig was om vrees te pareren. Niet voor een toekomst die saai zou zijn vanwege automatisering of doordat de maan tegenvalt. Nee, vrees die te maken had met de vraag of we het ooit allemaal waar zullen maken.

Nieuwe werkelijkheid

Anno 2017 lijken utopische verleidingen harde werkelijkheid te worden. Vliegende auto’s en maanreizen zijn nog schaars, maar drones, 3D-printers, ‘big data’, en zelfrijdende auto’s zijn bewijs van deze nieuwe werkelijkheid. Maar geen wettelijk bewijs omdat veel technologieën nog geen plaats hebben in het wetboek. We weten dat het allemaal kan, maar nog niet of het mag.

Dat geldt ook voor de moraal. Hebben we al nieuwe normen voor nieuwe technologieën? Hebben we wel nieuwe normen nodig? En hoe zit het met de economie? Robots kunnen steeds vaker beter dan wat mensen kunnen, ook beter dan hoogopgeleiden. Maar is ‘jobless growth’ wel economisch haalbaar en ook maatschappelijk wenselijk?

Regelgeving

Deze technologische veranderingen heeft de vraagstelling radicaal veranderd. Vroegen we ons dus eerst af of we ooit zullen kunnen wat we willen, tegenwoordig vragen we ons af of we willen wat we kunnen. Hoewel: dat zou de vraag moeten zijn. Technologieën en hun toepassingen worden niet vaak ter discussie gesteld. Soms wel, zoals bij het recente drone-incident, maar de reactie daarop was identiek aan andere rampen (Enschede, Alphen aan de Rijn): meer regelgeving.

Bedrijfseconomische insteek

Discussies over de impact nieuwe technologieën worden veelal bedrijfseconomisch ingestoken. Het belangrijkste nieuws over de exponentiële groei van duurzame technologieën is dat oliebedrijven misschien hun Kodak-moment gaan beleven. Niet onbelangrijk, maar discussies over de mogelijke politieke effecten van deze technologieën of over de maatschappelijke consequenties van ‘off-the-grid’-energieopwekking zijn beperkt. Net zoals een goed gesprek met de medische sector over de demografische consequenties van de mogelijkheid dat kanker een chronische ziekte wordt (zoals medici onlangs enthousiast melden) of over de neveneffecten van quantum-computers die berichten kunnen versturen die onkraakbaar encrypt zijn.

Technologie kneden

Prominenten zoals Elon Musk en Stephan Hawking zijn bezorgd over de mogelijke kwalijke gevolgen van de groei van artificiële intelligentie. De overheid zou de bezorgdheid over nieuwe technologieën serieuzer moeten nemen door maatschappelijke debatten hierover entameren. De wetenschap kan hierbij helpen. Nederlandse techniekfilosofen hanteren diverse perspectieven zoals het incorporeren van values bij aanvang van de design van nieuwe technologieën (TU Delft), zorgen dat moraal en technologie co-evolueren (TU Twente) en het maken van scenario’s over de toekomstige mens wat betreft neurotica, genetica en robotica (Erasmus). Een andere manier is het adresseren van ‘grand societal challenges’ (zoals klimaatverandering, veiligheid en inclusiviteit) in innovatie- en beleidsprocessen, zoals de EU nu doet bij het verdelen van Europese onderzoekgelden. De rode draad door deze vier perspectieven is dat angst voor technologie een slechte raadgever is, evenals het klakkeloos verbieden daarvan. Het is verstandiger om technologie te kneden zoals we dat met elkaar overeenkomen.

Maatschappelijke inbedding

Op 21 oktober 2015 stond de media vol met evaluaties van de voorspellingen over 2015 in de film Back to the Future uit 1989. Zijn de zelfstrikkende schoen, de vliegende auto en de vliegende skateboard al in productie? Maar geen enkele evaluatie vroeg zich af of, zoals de film beweert, in 2015 ons politiekorps 100% vrouwelijk is, een cola 50 dollar kost en of de advocatuur is afgeschaft. Een dergelijke ‘technology push’-houding is niet meer van deze tijd. Wie echt van technologie houdt, houdt zich bezig met hoe die maatschappelijk kan worden ingebed zodat drones geen ongeleide projectielen worden, ‘big data’ geen Big Brother en we 3D-printers niet slechts gebruiken om wapens te printen. Zodat we ons net als vroeger weer af kunnen vragen of we ooit zullen kunnen wat we echt willen. En we niet meer iets doen alleen omdat het kan maar ook omdat het van onszelf mag.