STT33, Toekomstige verwarming van woningen en gebouwen (1982)

Door: ir. A.C. Sjoerdsma
19 november 2018

André_SjoerdsmaIn 1981 begon STT met een studie naar de toekomstige verwarming van woningen en gebouwen.

Sinds de verschijning in 1974 van STT-publicatie nr. 19, Energy Conservation, Ways and Means, was er in Nederland al veel op energiebesparing gestudeerd en was er een begin gemaakt met de verwezenlijking van een groot aantal besparingsprojecten.

Toch vroeg de warmtevoorziening van woningen en gebouwen in 1981 nog steeds ongeveer 30% van het nationale energiegebruik, net als in 1974. En dat terwijl er juist in die sector veel mogelijkheden waren om tot energiebesparing te komen.

Er waren wel veel rapporten op dit gebied verschenen, o.a. van Beleidsadviesgroep Stadsverwarming, Stuurgroep Energiebesparing in de Gebouwde Omgeving, Bouwcentrum, Nederlandse Energie Ontwikkelings Maatschappij, VEG-Gasinstituut, Projectbureau Energieonderzoek TNO, Centrum voor Energiebesparing, Commissie Optimalisatie Ruimteverwarming, Algemene Energieraad, Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).

Een aantal van die studies was onafhankelijk van elkaar tot stand gekomen en niet zonder meer vergelijkbaar. Andere sloten slechts ten dele op elkaar aan. STT wilde onderzoeken hoe de stand van zaken nu was, wat de mogelijkheden voor verdere besparing zouden zijn en hoe dit alles zou zijn te verwezenlijken. De resultaten van die studie zijn neergelegd in STT-publicatie nr. 33.

In 1977 had STT samen met het ECN en het KIvI de Energie Lezingen Commissie (ELC) opgericht. Voorzitter en secretaris daarvan werden door STT geleverd. ECN en KIvI leverden deskundigheid en ervaring.

De ELC had tussen 1978 en 1981 al tien grote symposia georganiseerd om de resultaten van toekomststudies over energie bekend te maken. Die symposia hadden bij elkaar al ruim 4.700 deelnemers getrokken.

De ELC bereidde, samen met het Projectbureau Energieonderzoek TNO, een symposium voor over de toekomstige verwarming van woningen en gebouwen. Daarin moesten de volgende vragen worden behandeld:

  • Wat zijn de voornaamste mogelijkheden voor beleidsmakers, investeerders, architecten en installateurs?
  • Hoe moet uit deze mogelijkheden worden gekozen?
  • Waarom komt besparing niet sneller tot stand?

De ELC had hiervoor een aantal direct bij deze problematiek betrokken personen uitgenodigd om hun laatste inzichten samen te vatten.

Deze bijdragen en de daarop volgende discussie zijn in STT-publicatie nr. 33 verzameld.

Het symposium werd gehouden op 25 mei 1982 in de Jaarbeurs te Utrecht. Er waren ruim 300 deelnemers, allen met verantwoordelijkheid en/of deskundigheid in beleid en uitvoering van energiebesparing in woningen en gebouwen.

Het symposium bestond uit de volgende lezingen:

  • Inleiding, prof.dr. J. Hamaker, emeritus TH-Delft;
  • Lage temperatuurwarmte in het Nationaal Programma Energieonderzoek, dr.ir. P.W. Renaud, Projectbureau Energieonderzoek TNO;
  • Rationeel energiegebruik door integraal ontwerpen, ir. M. Sträter, Projectbureau Energieonderzoek TNO;
  • Grote warmtesystemen, ir. P.A.M. van Luyt, Nederlandse Energie Ontwikkelings Maatschappij;
  • Kleine warmteproduktiesystemen op korte termijn, ir. A.C. Koelewijn, VEG-Gasinstituut;
  • Kleine warmteproduktiesystemen op langere termijn, ir. P.H.H. Leijendeckers, Raadgevend Technisch Buro Van Heugten;
  • De keuze uit energiebesparingsmogelijkheden voor de woningen, ir. F.R. Bogtstra, Centrum voor Energievraagstukken TNO;
  •  Afwegen: een mengsel van techniek, economie en politiek, ir. T. Potma, Centrum voor Energiebesparing.

Na de lezingen was er een paneldiscussie waaraan, behalve de genoemde sprekers, nog deelnamen:

  • mr. H.G. de Maar, Ministerie van Economische Zaken en
  •  drs. C.M.I. Richter, Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

De paneldiscussie leverde de volgende interessante bevinding op:

Waarom komt besparing niet sneller tot stand?

Omdat tot dan toe alle geplande maatregelen voor energiebesparing in woningen en gebouwen voornamelijk berustten op macro-economische overwegingen. De grootste drempel voor invoering wordt gevormd door de (micro-economische) overwegingen van de bewoner en de gebruiker van een gebouw. Zodra voor het hem duidelijk wordt dat al die maatregelen hem niets kosten, of misschien zelfs baten, dan kunnen ze worden uitgevoerd.

Een gedachte van waarde voor toekomstverkenners:

Het grote belang van plannen over lange termijn is dat men daarmee in staat is om vandaag keuzen te maken aan de hand van een samenhangend beeld.
Het alternatief, namelijk het niet-plannen over lange termijn, leidt slechts tot ad hoc beslissingen die, bijna per definitie, niet optimaal zijn.

 

Andere relevante STT-verkenningen

STT87 En toen ging het licht aan…; Transities naar een emissievrij energiesysteem

Soledad van Eijk. 2017 (ISBN: 978 94 91397 16 5)

STT68 Beter bouwen en bewonen. Een praktijkgerichte toekomstverkenning

Redactie: drs. Michiel D.J. van Well, 2004 (ISBN 90 804496 9 5)

STT59 Bouwwijs, materialen en methoden voor toekomstige gebouwen

Redactie: ir. M.J. Venemans, 1997 (ISBN 90 6155 816 6)

STT29 Wonen en techniek; ervaringen van gisteren, ideeën voor morgen

Redactie: ir. J. Overeem en dr. G.H. Jansen, 1981