Kunst en Techniek

De aanleiding tot de verkenning

Kunst en techniek lijken op het eerste gezicht misschien gescheiden werelden. Kunst associëren we met esthetiek, met dubbelzinnigheden en met kritische reflectie op de wereld. Techniek heeft juist de naam midden in die wereld staan, functioneel en eenduidig. Maar staan kunst en techniek echt zo ver van elkaar af?

Etymologisch gezien In ieder geval niet. Techniek is afkomstig van het Griekse tekhnikós, wat weer een afleiding is van tékhnē (τέχνη): ‘kunst, vaardigheid’.

En de praktijk? Hoewel kunst en techniek zeker hun eigen ‘scenes’ kennen, zien we steeds meer initiatieven om de twee werelden dichter bij elkaar te brengen.

In het onderwijs bijvoorbeeld, met nieuwe vakken, een lectoraat en of zelfs een hele opleiding. Maar de vermenging kunst en techniek zien we ook in kunstpraktijken waarin technologie een zeer belangrijke rol speelt of – komend van de andere kant – bij industriële partijen die technologie artistiek willen interpreteren of parallellen zien in het werk van kunstenaars en ingenieurs.

Kunst en techniek worden om uiteenlopende redenen bij elkaar gebracht. Zo kunnen techniek en technologie een grote rol spelen bij de duiding van bestaande kunst (herkomst, datering, herkennen van vervalsingen), bij conservering- en restauratievraagstukken of bij het op nieuwe manieren ontsluiten en presenteren van kunstobjecten.

Techniek is uiteraard niet alleen relevant voor kunst die ‘af’ is. Ook actieve kunstenaars verhouden zich bewust tot techniek en technologie. Bijvoorbeeld omdat zij gedegen kennis van technische zaken (materiaaleigenschappen, procedés) onmisbaar achten voor een goede uitvoering van hun artistieke ideeën. Maar vaak ook is de kunstenaar er juist niet op uit om de techniek op de voorgeschreven manier te hanteren. Zo kan een nieuwe technologie de interesse wekken omdat ‘incorrect’ gebruik tot een nieuw kunstgenre kan leiden of aanzet tot ethische discussies over de technologie zelf. Door een technologie binnenstebuiten te keren en op te rekken verkent de kunstenaar de mogelijkheden en beperkingen ervan en draagt hij bij aan de ontwikkeling van een nieuw artistiek platform.

Ook wanneer technici zich wenden tot de kunst gebeurt dat om verschillende redenen. Zo kan een artistieke benadering nieuw licht werpen op de esthetische potentie van technologie en zo bijdragen aan de aantrekkelijkheid van een product of dienst. En waar kunstenaars zich nieuwe technologieën toe-eigenen voor artistieke doeleinden, kan het (bewust) oneigenlijk gebruik van materialen, media en producten ook zicht bieden op onverwachte functionaliteiten en toepassingsmogelijkheden, en dus op marktkansen voor de producenten. Ten slotte kunnen technische partijen ook primair geïnteresseerd zijn in wat de ‘aristic practice’ kenmerkt – de open houding van de kunstenaar, zijn vindingrijkheid en het vermogen om creatie en onderzoek op originele wijze met elkaar te verbinden. Kwaliteiten die niet alleen relevant zijn in de artistieke context, maar steeds vaker als onontbeerlijk worden gezien bij de ontwikkeling van betekenisvolle technologieën.

Over de toekomstverkenning

In de STT Toekomstverkenning Kunst en Techniek (later: Kunst, Techniek en Wetenschap) stond de vraag centraal op welke wijze kunst en technologie ook in de toekomst op zinvolle wijze met elkaar kunnen worden verknoopt. Welke nieuwe interactievormen tussen kunst en techniek zien we voor ons? En wat is de relevantie van deze nieuwe combinaties? Moet de meerwaarde worden gezocht in betere kunst en mooiere techniek? Of leidt het op innovatieve manieren ‘bij elkaar denken’ van kunst en techniek misschien wel tot wezenlijk nieuwe inzichten? Tot oplossingsrichtingen voor de maatschappelijke vraagstukken van de toekomst?

Het begin

Met bovenstaande vragen in het achterhoofd zijn in het voorjaar van 2012 twee startbijeenkomsten georganiseerd. Doel van deze sessies was om samen met experts en andere belangstellenden scherp te krijgen:

  • Wat het precieze doel van de toekomstverkenning kunst en techniek zou moeten worden (ambitie)
  • Waar we ons op zouden mogen toeleggen (focus, afbakening)
  • Op welke wijze de toekomstverkenning zelf zou moeten worden ingericht (werkwijze, proces)

In de startbijeenkomsten hebben verschillende deskundigen hun visie gepresenteerd op de belangrijkste vraagstukken rond de interactie tussen kunst en techniek. Bekijk de video’s van:

  • Geert Van Der Snickt (Universiteit Antwerpen; technische analyse schilderijen)
  • Ysbrand Hummelen (Rijksdienst Cultureel Erfgoed; technische mediatie en materialiteit in kunstenaars- en conserveringspraktijken)
  • Annet Dekker (onafhankelijk tentoonstellingsmaker en onderzoeker; conserveringsstrategieën voor nieuwe media kunst)
  • Robert Zwijnenberg (Universiteit Leiden, kunstgeschiedenis / Art and Genomics Centre; de kunstenaar in het lab)
  • Angelo Vermeulen (kunstenaar, bioloog en TED fellow; de symbiotische relatie levende materie en technologie)
  • Taco Stolk (ArtScience Interfaculteit; kunst als verkenner van vormpotentieel)
  • Maaike Roozenburg (kunsthistorica, ontwerper, KABK; smart replica’s, high tech voor historisch erfgoed)

Uit de startbijeenkomsten kwam naar voren dat de ‘ideale’ toekomstverkenning aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • De verkenning levert een bijdrage aan het slechten van barrières die niet-functioneel onderscheid tussen kunst en techniek in stand houden.
  • De verkenning focust niet op voorhand op bepaalde kunst- of techniekgenres. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat spannende ontwikkelingen zich keurig binnen bestaande lijnen zullen voltrekken.
  • Kunst en techniek worden als gelijkwaardige verschijnselen gezien. Hoe beïnvloeden en verrijken zij elkaar?
  • Het wordt een interdisciplinaire verkenning. Alfa, bèta en gamma trekken samen op; practitioners, onderwijs, onderzoek, overheid en industrie doen mee en werken samen.
  • Er wordt samenwerking gezocht met bestaande organisaties en lopende initiatieven.
  • De toekomstverkenning moet niet alleen een intellectuele exercitie worden. We moeten op zoek naar de mogelijkheden om de toekomst niet alleen te denken, maar ook te doen. Thinking with our hands.
stt-kunst-en-techniek-jacco-van-uden-daan-roosegaarde

STT-projectleider Jacco van Uden in gesprek met Daan Roosegaarde tijdens het Bright Collisions Symposium (i.s.m. TodaysArt festival)

 

Het vervolg

Op basis van bovenstaand ‘programma van eisen’ heeft projectleider Jacco van Uden een drietal deelprojecten gedefinieerd. Op hoofdlijnen:

Project 1: CSI Victory Boogie Woogie
Met CSI Victory Boogie Woogie (CSI-VBW) is onderzocht welke rol nieuwe technologieën kunnen gaan spelen in het ‘leven’ van kunst. Met de term leven wilden we benadrukken dat er iets op het spel staat, iets dat het behouden waard is. Maar leven verwijst ook naar een toekomst – open, vol mogelijkheden en kneedbaar. Dat deden we aan de hand van het meesterwerk van Piet Mondriaan: Victory Boogie Woogie. In februari 2014 viert dit werk haar 70ste verjaardag. Een moment om terug te blikken uiteraard, maar ook een mooie aanleiding om juist vooruit te kijken en ons af te vragen: hoe viert de Victory Boogie Woogie haar 90ste verjaardag? Wat valt er te vieren? Hoe is het werk er aan toe? Maar ook: hoe spreekt het werk tot ons en wat heeft het te vertellen? Wat voor soort relatie heeft het publiek met de Victory Boogie Woogie anno 2034? En wat is eigenlijk de rol van het oorspronkelijke werk in de beleving van de Victory Boogie Woogie? CSI-VBW werd een samenwerking met o.a. de Universiteit van Amsterdam, het AR Lab van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, en De Haagse Hogeschool. Klik hier voor meer informatie.

Project 2: The Future of Art Science Collaborations
We zien steeds meer samenwerkingsverbanden tussen kunstenaar en (bèta)wetenschappers. Van deze Art Science Collaborations wordt veel verwacht. Een succesvolle vermenging van kunst, techniek en wetenschap, zo wordt betoogd, kan leiden tot originele inzichten en zelfs tot nieuwe vormen van kennis. Maar wat is nu de echte meerwaarde? En wat zou die meerwaarde in de toekomst kunnen zijn? Welke criteria moeten we aanleggen om te bepalen of een samenwerking tussen kunstenaars en wetenschappers geslaagd is geweest? En hoe moeten we Art Science Collaborations praktisch inrichten? STT organiseerde met verschillende andere partijen een vijfdaagse Lorentz Center workshop waarin we deze vragen hebben opgepakt. Hier vindt u een presentatie over de uitkomsten van de workshop.

Project 3: Study Guide 2024/2025
Kunst, techniek en wetenschap kunnen prima op abstracte wijze bij elkaar worden gebracht. Maar wat als we het heel concreet maken, in de vorm van een opleidingsgids? Welke maatschappelijke ontwikkelingen maken een integrale benadering van kunst, wetenschap en techniek noodzakelijk? Op welke beroepen worden studenten aan de opleiding voorbereid? Wat hoort er in het curriculum thuis? Welke kennis, vaardigheden en attitude moeten worden ontwikkeld en op welke manier? Hoe ziet de (fysieke) studieomgeving er uit? Wat voor soort onderzoek vindt er plaats? Lees hier meer.

Afronding

De Toekomstverkenning Kunst en Techniek is in maart 2014 afgerond met een symposium waarin de resultaten van deelproject 3, ‘The studyguide 2024/2025’ werden overgedragen aan Het Nieuwe Instituut.

Het deelproject SCI-Victory Boogy Woogy was al eerder afgerond met een presentatie over de rol van Mondriaans Victory Boogy Woogy in de toekomst, door studenten die zich bezighouden met kunst. Klik hier voor het magazine dat de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten hiervan heeft gemaakt.

Het deelproject The Future of Art Science Collaborations is afgesloten met een internationale workshop bij het Lorentzcenter, waarvan hier een presentatie.

Veel over de toekomstverkenning kan ook worden teruggevonden op het blog van de Toekomstverkenning Kunst en Techniek: http://kunstentechniek.wordpress.com.

Projectleider Jacco van Uden is sinds 1 april 2014 full-time lector Change Management aan de Haagse Hogeschool. De relatie tussen kunst, techniek en wetenschap blijft hem fascineren, hij doet daar o.a. onderzoek naar de betekenis en waarde van kunst voor management- en organisatievraagstukken.