Workshops: impact AI op besluitvorming in de toekomst

18 oktober 2019

De eerste week van oktober 2019 organiseerde projectleider van de toekomstverkenning AI, Rudy van Belkom, vier opeenvolgende scenarioworkshops voor experts vanuit overheden, het bedrijfsleven en de wetenschap. Bij deze workshops stond steeds de vraag centraal: ‘Wat is de impact van AI op de besluitvorming in de toekomst?’. Elke workshop stond in het teken van een bepaald domein, te weten: Gezondheid & Zorg, Politiek & Bestuur, Publieke veiligheid & Beveiliging en Werk & Inkomen.

De workshops startten met een ‘warming up’ van Rudy waarbij hij onder meer stil stond bij de vragen wie (enige) zorg had over AI, of computers slimmer gaan worden dan mensen (en wat is dan slimmer) en of binnen 20 jaar General AI bereikt zal gaan worden. Na deze inleiding gingen de deelnemers in verschillende groepen aan de slag waarbij vooral werd gewerkt aan ‘best-case’ en ‘worst-case scenario’s’ om uiteindelijk tot een meer gebalanceerde toekomstvisie uit te komen. Met intensieve discussies en soms verrassende inzichten tot gevolg. De uitkomsten van deze vier workshops zijn bedoeld als input voor de toekomstscenario’s die Rudy de komende weken gaat formuleren.

Waarom koos je juist voor deze vier domeinen?

‘Ik heb vooral gekeken naar wat de basiswaarden zijn in een samenleving. Aan veiligheid en zorg heeft iedereen op de wereld behoefte en dat geldt ook voor gelijkwaardigheid (Politiek & Bestuur) en zekerheid (Werk & Inkomen) . Mobiliteit is ook zo’n domein waar AI een belangrijke rol speelt, maar mobiliteit is geen eindwaarde, maar een instrumentele waarde. De vier gekozen domeinen zijn wel gekaderd, maar kunnen niet los van elkaar worden gezien, ze hebben invloed op elkaar.’

Heb je uit deze workshops gehaald wat je ervan verwachtte?

‘Elke sessie had een identieke structuur, een identieke opzet en een mix van deelnemers uit overheden, bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap. En toch was elke sessie volkomen anders. Niet alleen qua dynamiek, maar ook qua uitkomsten. Dat vond ik heel interessant om te ervaren en het zorgt er ook voor dat ik nu een diversiteit aan inzichten heb. Op dit moment ben ik alle uitkomsten aan het inventariseren, aan het ordenen en aan het herverdelen. En om concreet antwoord te geven op deze vraag: ja, ik heb er zeker uitgehaald wat ik voor ogen had.’

Had je die grote verschillen van tevoren ingeschat?

‘In zo’n workshop komen natuurlijk verschillende persoonlijkheden bij elkaar en dat zorgt altijd voor een bepaalde dynamiek. Ik had alleen niet verwacht dat de groepen zo verschillend van elkaar zouden zijn. Ging het ene clubje mensen heel voortvarend aan de slag met post-it-briefjes en een flip-over, bij andere groepjes ontstond juist heel veel discussie. Het ene vond ik niet beter dan het andere, ik vond het vooral heel boeiend om dat proces mee te maken.’

Kun je met de uitkomsten uit de voeten?

‘Ik heb natuurlijk enorm veel informatie uit die vier workshops mee gekregen. Zeker op detailniveau was de informatie omvangrijk en heel divers. Ik ben nu bezig om alle informatie te categoriseren en aan domeinen toe te wijzen. Het ordenen van al die informatie kost veel tijd, maar ik zie al wel de patronen en de grote lijnen ontstaan.’

Rudy van Belkom: ‘De discussie gaat niet over AI, maar over de vraag wat voor een samenleving wij willen zijn’

Wat is de meest verrassende uitkomst?

‘In alle groepen ging de discussie eigenlijk helemaal niet over AI, maar over de vraag wat voor een samenleving wij willen zijn. En vervolgens is dan de vraag welke rol AI daarin speelt, hoe we AI daarvoor kunnen inzetten. AI is dus geen doel op zich, maar is een hulpmiddel. Dat maakt de discussie over AI fundamenteel anders. Het gaat niet om de technologie, het gaat om onze samenleving.’

Hoe nu verder?

‘Als ik alle data heb verzameld en geanalyseerd, ga ik een aantal scenario’s in kaart brengen. Ik heb een aantal drivers gedefinieerd die de drijvende krachten zijn binnen die verschillende scenario’s. De website www.detoekomstvan.ai blijf ik steeds aanvullen met informatie. Daarnaast wil ik een interactieve tool laten ontwikkelen waarin mensen kunnen aangeven of ze het eens of oneens zijn met bepaalde stellingen. Vervolgens kunnen ze dan zien wat de consequenties van hun keuzes zijn en komt er op basis van hun antwoorden een bepaald scenario uit.

Aan het eind van deze toekomstverkenning, dat zal ongeveer juni 2020 zijn, ga ik alle informatie die op de website te vinden is, bundelen in een boek. Daarnaast bleek uit de workshops dat de discussie over AI in ons land heel gefragmenteerd wordt gevoerd. Een aantal keren is tijdens de workshops de suggestie gedaan dat STT er (mede) voor zou kunnen zorgen dat deze discussie constructiever wordt. En dat het vooral eerst moet gaan over de vraag welke toekomst we met elkaar voor ogen zien in plaats van te gaan discussiëren over wat AI kan en wat we er vervolgens mee gaan doen. Bij STT hebben we natuurlijk al een achterban bestaande uit een groot aantal organisaties uit het bedrijfsleven, overheid en wetenschap die daar over kunnen meepraten. Het lanceren van een platform om juist dat gesprek te voeren zou wat mij betreft met name het eindresultaat van deze verkenning moeten zijn.’