Relatie tussen toekomst en beleid is dialectisch

29 november 2018

Op 22 november werd bij ProDemos in Den Haag het boek ‘Met de kennis van morgen. Toekomstverkennen voor de Nederlandse overheid’ gepresenteerd. Tijdens deze door Ellen van Doorne van het Ministerie van Binnenlandse Zaken gepresenteerde bijeenkomst, vertelde STT-directeur Patrick van der Duin over het ‘waarom’ van het boek en gaven Ira van Keulen van het Rathenau Instituut en Ton Manders van het CPB een inkijkje in de totstandkoming van de door hen behandelde cases in het boek. De bijeenkomst werd afgesloten met een paneldiscussie.

Toekomst is nu

‘De toekomst is nu, dus we moeten het erover hebben. Ons land heeft een rijke traditie aan toekomstverkenningen, maar de vraag is wel hoe al die verkenningen hun weg naar de politieke besluitvorming vinden. Gaat dat goed en kan dat beter? Toekomstverkenningen zijn belangrijk voor overheden en beleidsmakers. Het kan hen ondersteunen bij de bepaling van hun strategie en in de keuze of ze zich proactief, reactief, weerbaar of wendbaar opstellen,’ aldus Ellen van Doorne ter inleiding van de bijeenkomst.

Waarom dit boek

Patrick van der Duin ging dieper in op het ‘waarom’ van het boek waaraan naast STT, het CBS, het CPB, PBL, het KNMI, de COGEM, het RIVM, het SCP, de AWTI, de WRR en het Rathenau Instituut een bijdrage leverden. ‘Ik wilde graag een netwerk opzetten waar we met elkaar konden discussiëren over toekomstverkenningen. Ik merkte echter dat niemand op een nieuw netwerk zat te wachten, maar dat men echt iets wilde doen. Dus besloten we een boek te schrijven over hoe adviesraden en planbureaus een toekomstverkenning voor de overheid uitvoeren.’

Adviseren, informeren, inspireren

Een toekomstverkenning adviseert, informeert en inspireert politici en beleidsmakers bij het maken van beslissingen. Het is echter geen doel op zich maar een middel om tot een betere besluitvorming te komen. Patrick van der Duin: ‘Het doet mij goed te constateren dat toekomstverkenningen ook in de breedte worden gebruikt en steeds meer een publiek goed worden. Niet alleen politici en beleidsmakers, maar ook bedrijven werken met dergelijke rapporten. Het zijn waardevolle aanvullingen op sectorstudies. Waar we wel voor moeten waken is dat mensen zich vervolgens richten op één scenario, dat is in mijn optiek absoluut verboden. De onderzoekers moeten daarom duidelijk aangeven hoe een toekomstverkenning moet worden gebruikt. ’

Toekomstonafhankelijkheid

De eisen aan toekomstverkenners worden gesteld, zijn hoog. En dat in een wereld die nog niet heel toekomstgericht is. Patrick van der Duin: ‘Politici en beleidsmakers worden doorgaans afgerekend op de korte termijn. Daar moeten we op inspelen. Toekomstverkenners moeten daarom verkenningen maken die relevant en communicatief zijn zodat de gebruiker er iets mee kan en de onafhankelijkheid moet gewaarborgd blijven. Naast de academische vrijheid en de journalistieke onafhankelijkheid wil ik dan ook pleiten voor toekomstonafhankelijkheid. Toekomstverkenners zijn geen wereldvreemde mensen die zich verliezen in modellen en zich niet bekommeren om de huidige stand van zaken. Ze zijn betrokken bij wat er nu gebeurt en zijn van daaruit benieuwd naar wat er in de toekomst gaat gebeuren en laten daar hun expertise op los. Dat lukt alleen als ze de ruimte krijgen.’

Twee verschillende zaken

Patrick van der Duin besloot zijn betoog met een mooie aanbeveling: ‘Zet naast een toekomstbeeld waarbij alles doorloopt zoals het al was, een aantal beelden neer die niet zijn gebaseerd op een ander beleid maar die kunnen gebeuren zonder dat je beleid maakt of zonder dat er beleid is. Toekomst en beleid zijn namelijk twee verschillende zaken en de relatie ertussen is dialectisch.’

Kijkje in de keuken

Vervolgens gaf Ira van Keulen, voormalig STT-projectleider en senior onderzoeker bij het Rathenau Instituut inzicht in hoe de in het boek behandelde casus ‘Keuzes voor de toekomst van de Nederlandse wetenschap’ tot stand is gekomen.

In 2014 is de Wetenschapsvisie 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Hierin staan drie uitdagingen voor de wetenschap geformuleerd: toenemende internationale concurrentie, behoefte aan meer verbindingen tussen enerzijds wetenschap en anderzijds maatschappij en bedrijfsleven en de toenemende druk op de Nederlandse wetenschapper om onder meer te publiceren en fondsen te werven. Doel: in 2025 wereldleidend zijn, maximale impact hebben door meer verbondenheid met maatschappij en bedrijfsleven en een broedplaats zijn voor talent. Dit leidde in 2015 tot een motie van VVD-kamerlid Pieter Duisenberg aan de Tweede Kamer om een onderzoek te laten doen naar de Wetenschapsvisie 2025 in vier toekomstscenario’s. Het Rathenau Instituut voerde dit onderzoek uit.

Ton Manders, sectorhoofd Fysieke Omgeving bij het CPB, ging in op de door het CPB en het PBL uitgevoerde toekomstverkenning ‘Welvaart en leefomgeving 2015’ (WLO). Hierin kijken zij vooruit naar de jaren 2030 en 2050. De verkenning richt zich op de fysieke leefomgeving. Gekeken wordt naar de vier brede thema’s regionale ontwikkelingen en verstedelijking, mobiliteit, klimaat en energie, landbouw. De WLO-scenario’s bieden inzicht in toekomstige knelpunten en kansen en vormen zo een kader om na te denken over (toekomstig) beleid. En dat is niet altijd eenvoudig. Ton Manders: ‘Beleidsmakers vinden het moeilijk om met scenario’s te werken. Ze hebben graag “vaste grond” onder de voeten om keuzes op te baseren. Maar op scenario’s kun je geen beleid maken.’

Paneldiscussie

De bijeenkomst werd afgesloten met een levendige paneldiscussie waaraan deelnamen Patrick van der Duin (directeur STT), Geert Draijer (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en voorzitter Rijksstrategenberaad) en Wieke Pot (promovendus bij de Wageningen University & Research op het gebied van toekomstverkenningen). Een kleine greep uit de vragen uit de zaal.

Wat was jouw grootste les bij het uitvoeren en het gebruik van toekomstverkenningen?

Geert Draijer: ‘Met elkaar nadenken over de functie van scenario’s is heel waardevol en het is belangrijk om het brede gesprek op gang te brengen en te houden. Niet alleen richting de beleidsmakers, maar ook richting de samenleving. Kijk ook naar wat er van een verkenning is uitgekomen. Hoe gebruik je dit oprekken van je denkraam in het uiteindelijke beleid en geef dat nieuwe perspectieven en nieuwe handelingsopties. Hoe ga je je beleidsevaluatie inrichten rekening houdend met onzekerheden. De beleidshandeling kan tien jaar later een heel ander resultaat opleveren terwijl je dezelfde maatregel neemt. De evaluatiemethodiek vergt ook bijstelling. Het zou perfect zijn als je de kennis over het denken in transities of het denken in adaptief beleid kunt koppelen aan het maken van toekomstverkenningen.’

Wieke Pot: ‘Scenario’s zijn een belangrijk criterium bij de evaluatie van besluiten op hun toekomstgerichtheid. We gebruiken scenario’s ook om risico’s te beperken. De politiek vindt het lastig om met onzekerheden om te gaan. Men is op zoek naar houvast en wil kaders en richting.’

Patrick van der Duin: ‘Mensen willen graag een bepaalde methodiek, maar je kunt je vooraf beter afvragen wat je met de toekomst wilt. Een toekomstverkenning moet een proces zijn, dan is het ook onderdeel van de cultuur. Ik zie nog te vaak dat de toekomstverkenning als een project wordt gezien. Ik ben er een voorstander van om over methodieken en processen te praten, maar op een gegeven moment moeten er wel besluiten worden genomen en moet er worden gehandeld. Toekomstverkenningen zouden ook verplicht moeten worden bij grote organisaties. Dan kunnen ze onderzoeken hoe belangrijke strategische beslissingen zich verhouden tot scenario’s en voorspellingen.’

Kijk je bij het maken van een toekomstverkenning ook naar het verleden? Elke vooruitblik begint toch bij het nu dat is gevormd door het verleden?

Patrick van der Duin: ‘Geschiedenis en toekomst zijn twee verschillende dingen. Geschiedenis is interessant en relevant als je naar de toekomst wilt kijken vanuit de aanname dat de geschiedenis zich min of meer herhaalt of dat bepaalde dingen uit het verleden op de korte termijn niet te veranderen zijn. Morgen lijkt erg op vandaag. Maar over tien, twintig of dertig jaar zal de geschiedenis zich minder herhalen, die onzekerheid hebben we. De toekomst is lastig te voorspellen omdat hij zich niet herhaalt.’

Boek bestellen

Het boek kost € 24,99 en is verkrijgbaar via de website van uitgever Amsterdam University Press.