Nieuwe werelden

28 juni 2016

Sciencefiction is bij uitstek een genre dat gaat over onbekende, nieuwe werelden. Van onontdekte gebieden hier op aarde, tot planeten in andere sterrenstelsels en compleet virtuele werelden. Misschien wel het allerbekendst zijn de wondere onderwaterwerelden uit 20.000 mijlen onder zee, van sciencefiction schrijver avant-la-lettre Jules Verne. Verne was een meester in het zich een voorstelling maken van nieuwe werelden, waaronder ook de maan. Zijn ideeën daarover vormden de basis voor de film De reis naar de maan (1902), de eerste sciencefiction film ooit.

Het idee van reizen naar de maan leek destijds overigens volslagen onrealistisch, maar sinds 1969 weten we beter. En als je Vernes onderwaterwerelden wilt bewonderen, kun je op verschillende plekken in de wereld op onderwatersafari in een onderzeeër! Een andere populaire bestemming in sciencefiction, Mars, is voorlopig nog een brug te ver, al stamt de eerste film over reizen naar Mars (de Russische film Aelita) al weer uit 1924…

Leven op andere planeten

Maar wat als het de mens wel lukt om naar Mars te reizen? Hoe zou (over)leven in die nieuwe wereld eruit kunnen zien? The Martian (2015) is weliswaar niet overal even wetenschappelijk verantwoord, maar de film geeft toch een aardige indruk. The space between us (2016) gaat nog een stapje verder: want hoe zou het zijn om op te groeien op Mars? En hoe kijk je dan naar Aarde? Misschien is dat concept wel totaal onrealistisch, maar het idee is intrigerend.

En wellicht dat we ooit nog verder dan Mars gaan reizen. Er zijn vele sciencefiction verhalen die daarover gaan. Vaak wemelt het in die verhalen van de buitenaardse wezens. En meestal lijken die wezens verdacht veel op mensen, of worden ze voorgesteld als grote, angstaanjagende monsters, zoals de Alien(s) uit de gelijknamige film(s). Geen garanties natuurlijk dat ze niet bestaan, maar heel waarschijnlijk is het niet. De kans is groter dat je zulke wezens tegen gaat komen op een reis door een virtuele wereld.

Virtuele werelden

Bij virtuele werelden denk je al snel aan andere werelden dan de onze, zoals die worden voorgesteld in allerlei games. In (waarschijnlijk) de meest bekende virtual reality film tot nu toe, The Matrix (1999), blijkt juist de wereld zoals wij die kennen een virtuele te zijn. Dat levert prachtige nieuwe mogelijkheden op. Want in een virtuele wereld gelden andere regels en dus kunnen personages in de film kogels ontwijken, zichzelf verdubbelen en helikopters besturen zonder daarvoor te hebben geleerd. Ideeën die deels naar de echte wereld zijn vertaald: er is net een experiment gedaan waarin bleek dat leerling-piloten sneller leren vliegen dankzij hersengolfpatronen van ervaren piloten.

Naast interessante ideeën bevat de film ook allerlei grote vragen. Bijvoorbeeld de vraag of je liever in een niet-echte wereld zou leven als die mooier is dan de echte. Nu al zijn er mensen die het liefst al hun tijd doorbrengen in de virtuele wereld van een game. Sommige mensen vinden dat belachelijk, maar wat maakt dat dan belachelijk? Is het werkelijk zo anders dan op reis gaan naar een tropisch eiland of een oude stad?

Van The matrix hebben we ook geleerd dat pijn of doodgaan in een virtuele wereld niet per se zonder consequenties is in de echte wereld. In films als Existenz (1999), Ender’s game (2013) en The call up (2016) levert dat gegeven veel drama en ellende op. Ook omdat de personages in de verhalen niet goed weten wat echt is en wat niet. Misschien wordt dat in de toekomst wel heel normaal; krijgen mensen trauma’s van virtuele oorlogssituaties, of breken zij iets, omdat zij een virtuele val werkelijk proberen te vermijden. Virtual reality wordt dan ineens heel echt.

Na de ramp

Om nog wat meer drama en ellende toe te voegen, tot slot nog heel kort iets over nieuwe werelden “na de ramp”: verhalen over onze eigen wereld die totaal veranderd is door een ramp. Ze geven vaak een goed beeld van de dreigingen die mensen in een bepaald tijdperk ervaren. In de vorige eeuw was dat onder andere de dreiging van een kernoorlog. Meer recent gaat het bijvoorbeeld om klimaatverandering (The day after tomorrow, 2004), gevolgen van genetische modificatie (Dawn of the planet of the apes, 2014) of zelflerende systemen die de macht grijpen (Terminator genysis, 2015).

Uit deze en vele andere verhalen blijkt maar weer dat nieuwe technologie kansen én bedreigingen brengt en dat sciencefiction uitstekend kan helpen om daarover na te denken!