‘We moeten kunnen prikkelen en verleiden’

13 juni 2018

Voormalig topambtenaar, hoogleraar en directeur-generaal van het RIVM André van der Zande was ruim tien jaar als bestuurslid betrokken bij STT. Nu is de tijd gekomen om het STT-stokje over te dragen aan zijn opvolger Jaap van Dissel. Maar niet voordat André terugblikt op zijn periode en inzet bij STT.

‘De tripartite aanpak van STT waarbij wetenschap, beleid en bedrijfsleven met elkaar samenwerken, spreekt mij enorm aan. Want innoveren, dat doe je met elkaar. Eigenlijk vind ik dat daar nog een vierde poot bij moet komen en dat zijn de gemotiveerde burgers en uiteraard de jeugd. Natuurlijk is die technische kant fantastisch, maar we moeten daarnaast ook onze verbeelding benutten. Als we de samenleving iets willen bieden, dan moet het daar “landen”. En dat lukt alleen als we voldoende kunnen prikkelen en verleiden. Daarom vragen we ook narratieve romanciers om hun input. Op de website van STT staan bij het project “De mens van 2050” een aantal verhalen die door (amateur) auteurs zijn geschreven. Die verhalen prikkelen ons op een andere manier dan dat technische hoogstandjes dat doen.’

Bij welke verkenningen was u betrokken?

‘Zelf was ik van het begin tot het einde nauw betrokken bij de Horizonscan 2050. Daarnaast had ik een rol bij de verkenningen rondom medicijnen (STT 79 – Aspirine op je brood) en voedsel (STT 81 – Van autonome robots tot zilte aardappels). Ik volg ze wel allemaal. Zo ben ik benieuwd naar de resultaten van de verkenning over veiligheid. Het RIVM bracht namelijk zelf ook een veiligheidsmonitor uit en stelde een veiligheidsprofiel van Nederland op. Veiligheid is niet alleen een technisch verhaal. Veiligheid begint met sociaal constructivisme, het is een construct in ons hoofd. Je hebt gemeten veiligheid en beleefde veiligheid. Die balans spreekt mij aan.’

André van der Zande

Wat vindt u van de formule van STT?

‘Ik vind het heel goed dat de verkenningen door jonge en veelbelovende mensen worden uitgevoerd. Zij hebben veel in hun mars en krijgen bij STT de kans om met hun verkenning zowel de diepte als de breedte in te gaan. Daarbij mogen ze gebruik maken van een mooie infrastructuur en een breed netwerk van allerlei verschillende partijen. Toch is deze formule misschien wel een aan stukje vernieuwing toe.
Ik zou het toejuichen als bijvoorbeeld jonge potentials vanuit de overheid of de kennisinstituten voor een bepaalde periode bij STT worden gedetacheerd.’

Wat vindt u van de vorm waarin de verkenningen verschijnen?

‘We zien de toekomstverkenningen steeds toegankelijker worden. Ze zijn leuk om te lezen, maar ook om naar te kijken. In de beginjaren van STT stond vooral de “doorwrochtheid” van een verkenning centraal. Nu zien we dat bij steeds meer kennisinstituten ingewikkelde studies worden gecomprimeerd tot een filmpje van een paar minuten. Vakmatig een enorme uitdaging. Want met een slecht filmpje kun je twee jaar werk teniet doen, maar een goed filmpje kan de koevoet zijn waardoor mensen denken “He verrek, daar wil ik meer van weten”.’

Hoe belangrijk is innovatie?

‘Persoonlijk vind ik dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te weinig sturing geeft aan technologie. Dan doel ik met name over het tempo waarin nieuwe technologieën hun weg vinden binnen deze onderdelen van onze samenleving. Zolang oude systemen blijven bestaan, komt nieuwe technologie moeilijker binnen. Zo waren bijvoorbeeld bij de melkveehouders de melkbussen binnen drie jaar verdwenen terwijl in veel ziekenhuizen na twintig jaar nog steeds oude apparatuur staat. Ook op dat vlak zou STT een stuk verantwoordelijkheid moeten nemen. De gemeente Amsterdam heeft een Chief Technology Officer. Verbind je als STT aan de koplopergemeenten. Zorg voor showcases, desnoods door samen met een gemeente een verkenning met een meer lokaal karakter uit te voeren.’

André van der Zande: ‘Innoveren doe je met elkaar’

Waar zou volgens u een nieuwe toekomstverkenning over moeten gaan?

‘Persoonlijk vind ik de triage, oftewel de selectie van onderwerpen, het meest ingewikkeld. Via de nationale wetenschapsagenda kunnen we putten uit een rijkdom van data en vragen waar de samenleving mee worstelt. Ook voor het nieuwe strategische programma voor RIVM vroegen we niet alleen onze eigen hoogleraren en ministeries wat het nieuwe programma moest zijn, we vroegen ook burgerpanels en jeugdpanels om input. Vervolgens is het belangrijk om heel goed na te denken over de vraag: welke onderwerpen wel en welke niet? Ook bij STT worden de onderwerpen van de verkenningen steeds meer bepaald vanuit scoresessies en workshops. Maar misschien is ook daar wel een stukje vernieuwing nodig.’

Hoe ziet u de rol van het Algemeen Bestuur?

‘STT beschikt over een groot bestuur en dan is het altijd lastig om een gevoel van commitment te creëren. Een van de dingen waarvoor ik dan ook zou willen pleiten, is een grotere, vrijwillige inzet van de bestuursleden bij de verkenningen. Kijk welke bestuursleden “iets” hebben met het onderwerp van de verkenning en geef hen een actievere rol. Met het installeren van de Stuurgroep-formule is daarin al een eerste stap gezet.’

STT bestaat dit jaar 50 jaar. Komen er nog 50 jaar?

‘Dat denk ik zeker wel. De toekomst blijft mensen intrigeren. En door de veranderende rol van godsdienst in onze samenleving, denken we ook steeds meer dat we de toekomst zelf kunnen maken. Bovendien: ook als we niks doen, dan gebeurt er wat.’

Wat wilt u als boodschap meegeven?

‘Laten we de kansen voor de toekomst en de mogelijkheid om daar zelf gestalte aan te geven, vooral aangrijpen. Dat is wat mij het diepste drijft. Dat is niet alleen nu belangrijk, maar ook over 50 jaar.’