NTV – Arbeid in de toekomst

STT-arbeid_in_de_toekomst_2008-publicatie_mini

Arbeid en opvattingen over arbeid zijn in de loop der tijden aan grote veranderingen onderhevig geweest. Eén aspect is onveranderd gebleven: arbeid blijft een centrale plaats in ons leven innemen – om inkomen te verdienen, om te voorzien in de levensbehoeften van onszelf en onze naasten, om identiteit aan te ontlenen, om de need to be needed en om de behoefte aan sociale contacten te vervullen. Bovendien geldt voor velen nog steeds het idee dat werken een vorm is om aan de Goddelijke schepping bij te dragen – werken is bidden, Laborare est orare – en dat ledigheid des duivels oorkussen is.

Macro-economisch gezien, verkeert de Nederlandse arbeidsmarkt in een gezonde toestand. Alleen zijn de problemen thans, onder invloed van grote wereldwijde en sociaal-culturele veranderingen, van andere aard dan in het verleden. Demografische verschuivingen bijvoorbeeld vormen geen nieuw verschijnsel, maar stellen wel nieuwe eisen. Immigratie, Europa en ‘kansgroepen’ zijn grote thema’s van deze tijd, en arbeid is wellicht de sleutel tot de oplossing van de vraagstukken die daarmee gepaard gaan.

Het hiervoor liggende caleidoscopische perspectief biedt een drieluik op arbeid in de toekomst, bestaande uit een decor, scenario’s en implicaties, conclusies en aanbevelingen.

Decor

Om het complexe en dynamische interactieveld tussen arbeid en maatschappij te structureren, wordt de omgeving met het zogenaamde Pentapool-model in vijf verschillende domeinen opgesplitst:

  • Cultuur, Normen en Waarden
  • Demografie
  • Wetenschap en Technologie
  • Sociaal-economisch
  • Politiek-institutioneel

Binnen deze domein worden enkele dominante, verrassingsvrije trends gesignaleerd.

Scenario’s

Tegen de achtergrond van het decor speelt zich de arbeid van de toekomst af in vier scenario’s.

  • Levenslange Odyssee
  • Overheid Plus
  • Duurzame Arbeid
  • Afscheid van de Dictatuur van de Arbeid

Elk van de scenario’s kent een eigen palet aan kansen en problemen. De keuze van de scenario’s is niet ingegeven door een bepaald model of vooropgezet concept. De scenario’s werden door de werkgroep ‘bottom-up’ ontwikkeld, op grond van de thema’s en dilemma’s die in de discussies over ‘de arbeid van de toekomst’ het meest frequent aan de orde kwamen en daardoor het meest plausibel leken.

Het is gebruikelijk dat scenario’s de vulling vormen van kwadranten in een assenstelsel dat van tevoren wordt gedefinieerd aan de hand van de meest dominante onzekerheden. De werkgroep heeft dit achteraf gedaan. De verticale as gaat over ‘Maakbaarheid’: top-down, met een dirigistische overheid, of bottom-up, waarbij de (markt)partijen zelf de afstemmingsmechanismen rond vraag en aanbod van arbeid/diensten regelen. De horizontale as gaat in op de rationale van arbeid. Het vraagstuk dat dan speelt is: “werken om te leven of leven om te werken”?

Implicaties

Welke scenario’s zich in werkelijkheid zullen afspelen, is niet te voorspellen. Het doel van de scenario’s is niet om te beschrijven hoe de arbeidsmarkt in het jaar 2020 of 2030 er zal uitzien, maar om voeding te geven aan het debat over ‘arbeid in de toekomst’ en zodoende een bijdrage te leveren aan de beleidsvorming. Bijvoorbeeld, bij Levenslange Odyssee past de overheid sociale voorzieningen aan tot een vangnet voor wie het absoluut nodig heeft. Bij het scenario Overheid Plus krijgen alle mensen werk, en moeten ze werken, óf ze moeten een opleiding volgen. Bij Duurzame Arbeid vormt een optimale verdeling van werk én geld de belangrijkste leidraad.
Dat is anders bij Afscheid van de Dictatuur van de Arbeid. Dat betekent afscheid nemen van de Lissabon-logica en de opbouw van een samenleving met de nadruk op normen en waarden, respect, waardering, ontplooiing.

De ‘echte’ toekomst zal elementen bevatten van de vier scenario’s die genoemd zijn en daarnaast van ontelbare ongenoemde scenario’s. Wel acht de werkgroep het Odysseescenario het meest waarschijnlijk en verwacht dat het Overheid-plus-scenario als het minst wenselijke beoordeeld zal worden. Elk scenario kent een specifieke mix van veronderstellingen. Deze concentreren zich rond de thema’s als segmentatie van de samenleving, (dis)continuïteit van trends, sociaal-maatschappelijke solidariteit, en de ontwikkeling van de kennisintensieve immateriële diensteneconomie. De gemeenschappelijke kern van deze thema’s behelst dat er ruimte is voor beleid, dat er derhalve conclusies kunnen worden getrokken en aanbevelingen te geven zijn voor actiepartijen. Met andere woorden, we hoeven niet te wachten op de arbeid in de toekomst, we kunnen de arbeid in de toekomst voor een deel helpen vormen.

Conclusies en aanbevelingen voor actiepartijen

Via de politieke vertegenwoordiging en het geïnstitutionaliseerd overleg zoals in SER en Stichting van de Arbeid, kan de samenleving daadwerkelijke invloed uitoefenen op de toekomstige ontwikkeling van de arbeidsmarkt en het thema ‘arbeid’. Met name op langere termijn staat veel op het spel. De verschillen tussen de Europese landen zijn daarvan een illustratie, omdat ze laten zien hoe landen die op hun eigen manier reageren en anticiperen op een veranderende wereld en hun eigen beleid uitstippelen, daarbij ook uiteenlopende resultaten boeken.

Binnen elk scenario kunnen actiepartijen bepalen hoe ze op de toekomst willen anticiperen. In werkelijkheid is een beleid nodig dat met meerdere scenario’s gelijktijdig rekening houdt. Overheidsbeleid zou zo min mogelijk scenarioafhankelijk moeten zijn en juist met alle mogelijke scenario’s rekening moeten houden. Dat uitgangspunt leidt tot scherpe beleidskeuzes op het gebied van actief arbeidsmarktbeleid, onderwijs en opleiding, ondernemerschap en doelgroepen.

Arbeid in de Toekomst
Een Caleidoscopisch Perspectief
werkgroep ‘Arbeid in de Toekomst’ van het Netwerk Toekomstverkenningen (NTV), 2008